Er staat een neger bij de kassa. Hij heeft 5 pakken meel 3 bussen zonnebloemolie en een kratje bier af te rekenen. Zonder dat ik hem ken weet ik dat hij één of ander ingewikkeld Afrikaans brood gaat bakken. Het is ‘n mooi manneke hoor. Hij betaalt met een briefje van 20 euro en geeft z’n bonuspasje. Dat had hij vooraf moeten doen, maar Sabine van de kassa had vergeten hem ernaar te vragen. Dan blijkt dat hij de taal niet geheel machtig is. Onderwijl geeft ze hem zijn wisselgeld. Omslachtig legt ze dan uit dat hij de bonuspunten bij de servicebalie moet halen. De man kijkt naar de bon. Hij kijkt dan naar zijn wisselgeld. Het klopt niet. In gebrekkig Nederlands probeert hij duidelijk te maken dat ze te weinig heeft teruggegeven. Die bonuspunten interesseren hem geen bal. Maar Sabine legt weer uit dat hij bij de servicebalie moet zijn. Ze is zo bezig met correct te zijn, terwijl je haar ziet denken: “domme neger, die amper Nederlands praat, heb ik weer!”
“Ai geef twenty euro”, zegt hij nogmaals
Eindelijk dringt het tot Sabine door dat ze verkeerd zat met het wisselgeld. Ze krijgt een vuurrode kop.
“O sorry… ik dacht het om de punten ging”
De mevrouw voor me in de rij bemoeit zich er mee.
“Ja, ik heb het gezien, hij gaf 20.”
“Ja sorry”, zegt Sabine, “ik was zo met die punten bezig”
Ik bemoei me er ook maar mee. Je moet toch wat.
“Ach ja, eenmaal met één ding in de war blijf je war. Adem diep in… Rustig maar”
Sabine lacht. “Ja stom ook”.
Even later heb ik ook afgerekend en loop met m’n tasje de winkel uit. Voor me loopt de neger zomaar de servicebalie voorbij. Met voldoende wisselgeld maar hij vergeet z’n bonuspunten.