Vroeger hadden we het in de tuin. Het overwoekerde alles. Echt alles. Waar het ene jaar nog zorgvuldig gecultiveerde astilbes stonden was het volgende jaar helemaal overgenomen door de springbalsmientjes. Ik was er dol op als kind. Vooral als de zaaddoosjes rijp waren. Een klein tikje ertegen en huppakee daar patste het open en sprongen de zaadjes weg. Prachtig.
Vorig jaar zag ik ze staan in de berm van een landweggetje. Ik was fietsend op weg naar een vriendin om een kopje koffie te doen. Ik zag ze staan en moest stoppen. Gewoon omdat ik ze zo lang niet had gezien. Even weer kind zijn, even weer met je vinger tegen de zaaddoosjes tikken. Leuk. Toen ik daar op m’n hurken in de berm zat, zag ik 2 kleine lieveheersbeestjes op een blaadje. Ze waren aan het neuken. Het bewoog nauwelijks, maar toch sprong er spontaan een zaaddoosje van de springbalsemien.
Het was zo mooi. Ik heb de rest van de weg naar m’n vriendin een beetje gehuild. Van pure schoonheid. Toen ik weer thuiskwam moeten er zaadjes van de springbalsemien van mijn fiets in mijn tuin gekomen zijn. Dit jaar zag ik ze voor het eerst in m’n border waar ik normaal de fiets stal. Ik weet zeker dat het 1 van de zaadjes was die door de trilling van 2 neukende lieveheersbeestjes op m’n fiets waren gekomen. En ik heb er weer een traantje om gelaten.
[...] parende beestjes. De natuur in die details is zo prachtig. Ontroerend, zoals ik eerder al eens geschreven [...]
Pingback door Fanmail « Wilma’s Webblok — donderdag, 11 oktober, 2007 @ 14:29