Elke dinsdag en vrijdag is het markt in de stad. Als het even kan ga ik er heen. Niet alleen staat er een hele goede viskraam (met altijd de meest exotische, verse vissen) en groenteboeren met prachtige groente en fruit dat er 10x smakelijker uitziet dan in welke supermarkt dan ook, ik ga vooral voor de mensen. Op de één of andere manier zie je op de markt toch altijd mensen die je anders eigenlijk nooit op straat of in de winkel ziet. Of ze vallen daar minder op, dat kan ook. Die ene oude man die altijd op de fiets leunt bij de viskraam, met z’n bakje gebakken vis. Vrouwen, die mede door overgewicht een beetje moeilijk lopen, gehuld in kleding die 5 jaar geleden in de mode was. Gepensioneerde echtparen die gearmd langs de kramen lopen en met iedereen een praatje maken. En dan die leuke mannen die om allerlei ingewikkelde kruiden vragen, waarschijnlijk om een recept na te koken dat ze op TV van Jamie Oliver hebben gezien.
Op het uiterste hoekje van de markt staat de Vietnamees met z’n loempiaatjes en bapao’s. Al koop ik verder niks op de markt, zo’n loempiaatje neem ik bijna altijd. Vietnamese loempia-bakkers hebben m’n onvoorwaardelijke sympathie, ik weet niet waarom. Gewoon omdat ze wat maken van hun leven. Al is het maar loempiaatjes verkopen. En met zo’n loempiaatje slenter ik terug over de markt. Want mensen kijken is toch één van de leukste hobbies die er is.
En het kost niks.