De eerste echte nachtvorst van het jaar is geweest en dus was er boerenkool. Mijn vader heeft al tientallen jaren een moestuin waar ik ook met grote regelmaat groentes uit krijg, maar de eerste boerenkool moet ik ‘thuis’ komen eten. Gisteren was het zover. De vorst was er overheen geweest en mijn moeder belde: “We eten boerenkool”. Het klonk meer als een gebod dan een uitnodiging. Maar het is een gebod waar graag op in ga. Haar boerenkool is de beste. Ik kan het wel imiteren, maar zoals zij het maakt krijg ik het nooit voor elkaar.
Het begint natuurlijk met het plukken van de bladeren. De dikke nerven moet je laten zitten, die hebben teveel vezels en maken het taai. Na het wassen grof hakken en dan een half uur koken. Dat lijkt lang, maar dat moet volgens mijn moeder. Na het koken nogmaals hakken, maar dan fijn. En dan met boter en een scheut melk toevoegen aan de aardappels. Tot slot peper en zout erbij en het grote geheim: mayonaise. Twee flinke eetlepels erin en je krijgt de smeuïgste stamppot boerenkool die je kan wensen.
Mijn moeder serveert met een ouderwetse rookworst, speklappen en augurkjes en zilveruitjes. Het spekvet dient als jus, hoewel dat niet echt nodig is. Het was weer heerlijk. Ik heb een stronk meegekregen van pa, dus komende week alweer! Maar dan moet ik het zelf maken en dat lukt toch nooit zo goed als die eerste boerenkool van het jaar van mam.