Zoals bijna overal in Nederland kun je hier in de stad bijna nergens vrij parkeren. In het centrum moet je naar zo’n automaat en dan een kaartje kopen en die achter je voorruit leggen. En ze zijn hier vreselijk streng met controle. Ik heb al regelmatig een parkeerboete gehad. Dat is één van de redenen waarom ik bijna nooit met de auto naar de stad ga. Doe ik dat wel dan ga ik bij voorkeur naar de parkeergarage, maar als ik aan de andere kant van de stad moet zijn dan kost dat meer tijd dan de boodschap die ik moet doen, dus dan gaat dat niet.
Toen ik laatst weer eens parkeerde in zo’n zone met automaat-kaartjes was de dichtstbijzijnde automaat kapot en de volgende stond honderd meter verderop. Het gevolg was ook dat het nogal druk bij die automaat was. Ben je de auto uit, sta je nog in de file. Maar goed, ik ben wel geduldig. Helaas zijn de parkeerwachten hier dat niet en ik zag dat parkeerbeheer al bezig was in de buurt. Toen ik eindelijk aan de beurt was en mijn kaartje had zag ik ze al bij mijn autootje staan. “NEEEE” dacht ik… En ik schreeuwde het volgens mij ook.
Met het wisselgeld en het kaartje in de hand holde ik naar m’n auto. “Ho wacht, ik heb een kaartje hoor!” riep ik en zwaaide ermee door de lucht. Maar in m’n hand zat nog een Euro van het wisselgeld en door mijn zwaaien wierp ik die recht in het gezicht van de parkeerwacht. Als je erop mikt dan gooi je mis, maar per ongeluk lukt het altijd. Wonderlijk.