Soms vergeet ik wel eens dat een auto niet vanzelf rijdt. Dat is natuurlijk een beetje idioot van me, want ik wéét het verder best, maar het boeit me niet, ik kan me er niet druk om maken. Dat gebeurt pas als er iets mis gaat. En er ging iets mis. Ik ging naar m’n broer, een ritje van ca. 50 kilometer. Ik was de stad nog niet uit of er ging een lampje op het dashboard branden. Maar ik ben dan zo praktisch ingesteld: zolang hij rijdt dan rij ik door, ik zie wel waar het schip strandt.
Het schip strandde op ongeveer 10 kilometer van m’n broer. En ik had geen idee wat er aan de hand was. Ik belde Erik en vertelde hem waar ik ongeveer stond. Een half uurtje later was hij bij me. Hij probeerde te starten en zag onmiddellijk wat er aan de hand was. “Je staat zonder benzine, domme muts!”
Hij had gelijk. Heel dom van me. Gelukkig is Erik zo’n praktisch ingestelde vent, altijd een jerrycan benzine achterin –ik verdenk hem ervan dat hij ook altijd een overlevingspakket en lichtpijlen en zomeer bij zich heeft- en ik kon even later achter hem aan rijden naar zijn huis.
Verder hebben we een vreselijk gezellige avond gehad, met veel drank, foto’s kijken van hun vakantie, babbelen en roddelen. Ik ben blijven slapen en pas laat ’s middags weer naar huis getuft. Ik was halverwege en de auto sputterde. Ik heb de wagen snel aan de kant gezet, pakte m’n mobiele telefoon en belde m’n broer. “Eh Erik… ik ben vergeten te tanken…”