Ik heb de halve middag in bed gelegen. Niet omdat ik ziek was, maar omdat het lekker was. Lekker, warm, gezellig. TV aan, koffie en broodje en aspirines. Dat laatste was wel nodig want ik had nogal een kater. Claudia, die eerder in de week nogal boos op me was omdat ik haar slippertje “wereldkundig” had gemaakt, kwam gisteravond bij langs en we besloten om een uur of tien nog even een borrel te halen in de stad. Dat liep een beetje uit. Zeg maar gerust dat het gierend uit de klauwen liep. Maar het was dan ook erg gezellig.
Het gekke was, het ging ons helemaal niet om het drinken, maar ongemerkt ging er blijkbaar toch heel alcohol naar binnen. En het ging onstellend lang door. Normaal heb ik het na een paar uur wel gezien in een kroeg en wil ik gewoon weer naar huis, maar we kwamen allemaal oude bekenden en leuke en wonderlijke mensen tegen. Ik heb uren met iemand gepraat die net een paar weken terug was van een fietstocht rond de wereld. Zomaar. Om niks. Niet om geld in te zamelen of voor een goed doel of publiciteit. Hij was een paar geleden begonnen aan een fietsvakantie naar Griekenland, hij zag het bordje Istanboel en besloot verder te gaan. En die vakantie duurde dus bijna 4 jaar.
Hij had hele mooie verhalen en bij elk verhaal was er iemand anders in ons gezelschap die ook weer een verhaal had. En zo ging het maar door…
Maar nu ben ik dus een beetje moe.