Vanmorgen ging de telefoon. Het was de politie. Of ik vanmiddag even op het bureau wilde komen om de man die mij had geslagen wilde identificeren. Ze hadden hem vanmorgen aangehouden en verhoord. Het enige wat ze nu nog even zeker moesten weten van mij was of het inderdaad de dader was. Het klonk allemaal vreselijk gewichtig en officieel, dus ik naar het bureau.
Ik had me allerlei scenario’s in het hoofd gehaald met beelden uit Amerikaanse politie-series in m’n hoofd van zo’n line-up en dat ik dan de verkeerde koos en ik maakte me dus vreselijk nerveus. Het ging allemaal heel anders. Ik kwam aan bij het bureau, meldde me bij de receptie en mocht meelopen naar een kamertje. Ik kreeg meteen koffie (vieze automatenkoffie, maar ik kréég iets van de politie, anders dan een bekeuring!) en na vijf minuten kwam een politieman om nog even de aangifte door te nemen. De dader had bekend en wilde mij spreken om z’n excuses aan te bieden. Daar schrok ik nogal van. Geen idee waarom, maar ik had er eigenlijk geen behoefte aan. Ik dacht dat ik hem alleen hoefde te identificeren. Dat was op zich ook wel zo, maar als het voorval in de minne geschikt kon worden was dat voor alle betrokkenen beter, volgens de politie.
Jaja… minder werk voor jullie, dacht ik. Enfin, ik ben toch maar akkoord gegaan en even later werd de man die me had geslagen binnengeleid. Hij leek wel een meter kleiner dan vorige week op straat en hij was ook vrij timide.
Hij vertelde me een heel verhaal met veel omhaal van woorden dat hij nogal opgefokt was geweest door problemen thuis en dat zijn vrouw moeilijk deed en heel veel blabla… allemaal om duidelijk te maken dat hij het echt niet zo bedoeld had maar dat er iets knapte en zo.
“Ja maar dat is geen reden om iemand zo maar te slaan”, zei ik. “Had gewoon gezegd: ‘Hou je bek, kutwijf’ en dan was je het ook kwijt geweest”
Nou, er volgde weer een heel verhaal van ADHD en moeilijke jeugd en uit een gezin met met veel agressie en dat hij niet zo sterk in z’n schoenen stond enzovoorts enzovoorts. Voor iemand die zich moeilijk kan beheersen en zegt niet zo taalvaardig te zijn kwamen de excuses en de smoesjes heel vlot z’n mond uit. Ik geloofde er allemaal niks van.
Na een tijdje kwam de aap uit de mouw. Hij was al eerder veroordeeld voor een geweldsmisdrijf en als het nog een keer gebeurde werd de straf hoger en dat kon hij zich niet veroorloven want dan raakte hij z’n baan kwijt, en als hij zijn baan kwijtraakte dan kon hij zijn gezin niet onderhouden en dan draaide het uit op een scheiding en meer van die doemverhalen. Dus waar het op neer kwam was eigenlijk de vraag of ik alsjeblieft de aangifte wilde intrekken. Ik zei hem dat ik er even alleen over na wilde denken. Toen hij weer weggeleid werd vroeg ik de agent: “Waarvoor is hij eerder veroordeeld?”, ook al kon ik het antwoord wel raden. “Ik mag het eigenlijk niet vertellen”, zei de agent. “Wat jullie eufemistisch huiselijk geweld noemen zeker?”, vroeg ik. Er volgde een veelbetekend en bevestigend knikje. Ik heb de aangifte niet ingetrokken.
“Moet ik nu ook getuigen bij de rechtszitting?” vroeg ik.
Dat schijnt niet te hoeven. De aangifte en de getuigenverklaringen zijn voldoende. Ik mag wel naar de zitting als ik zou willen en mag ook mijn verhaal doen, maar het is niet nodig. Ik zit er niet op te wachten, dus voor mij is de kous nu af.





