Het kantoor van de thuiszorg zit in een modern woon-zorg-complex, een nieuw soort term voor een flat met aanleunwoningen. Waar het op neer komt is dat het appartementen voor 55+’ers zijn, met op de begane grond allerlei voorzieningen als een dokterspraktijk, maatschappelijk werk, apotheek, een winkeltje, een koffieshop en wat gemeenschappelijke ruimten voor divers gebruik. En wij van de thuiszorg dus.
Het kantoor is niet zo groot, hooguit 2 ruime woonkamers. Er staat een grote vergadertafel in het midden en een drietal bureaus. In de hoek is een keukenblokje met daarachter een toiletruimte. En er staan overal grote plantenbakken. Heel mooi en groen. In de vensterbanken staan ook wat planten die we gekregen hebben van cliënten of die we zelf ooit eens gekocht hebben.
Gisteren was Annemarie een beetje aan het klooien en schoonmaken, ze had blijkbaar net zoveel te doen, en ze ging ook de plantjes water geven. Dat doet ze anders nooit want meestal doe ik dat even. Het is maar een kleinigheidje, maar heel veel mensen vergeten het. Maar Annemarie pakte het groots aan. Met een grote koffiekan vol water ging ze vensterbank langs en later ook de grote plantenbakken. Ik kon m’n lachen nauwelijks inhouden.
“Eh… Annemarie… Wat doe je?”
- “Ik geef de planten water, dat zie je toch?”
“Ja… maar eh… Annemarie, voel eens aan die bladeren…”
Ze keek me aan alsof ik gek was, zette de kan op tafel en voelde aan de planten in de bak. Toen schoot ze zelf ook in de lach.
- “Verrek, ze zijn nep!”
“Tja, hoe kan het toch dat ze altijd zo mooi groen blijven… ach, ook zijde-planten mogen wel eens wat aandacht.”








