Wilma’s Webblok

zondag, 23 september, 2007

Zandbak

Ingedeeld onder: Etiquette, Verlegenheid — Wilma Blok @ 15:08

Vlakbij het winkelcentrum in de buurt is de lagere school. Bij de lagere school spelen altijd kinderen, ook in het weekend. Er zijn grote klimrekken, een basketbalpleintje, allerlei speeltoestellen en een zandbak. Ik loop er vaak voorbij als ik op weg ben naar het één of ander. Vandaag liep ik er voorbij en ik zag twee kinderen enorm druk in de zandbak. Een jongetje en een meisje van ongeveer 6 jaar oud. Het jongetje ken ik niet, het meisje wel. Dat is het dochtertje van een collega van de thuiszorgvereniging waar ik wat vrijwilligerswerk voor doe. Leuke vrouw, schattig dochtertje.

Toen ik dichterbij kwam hoorde ik ze duidelijk tekeergaan. Ze waren ruzie aan het maken. Met behoorlijk heftige taal en schuttingwoorden. Ik schrok ervan, zulke grove woorden uit de monden van zulke kleine kinderen. Ik besloot er wat van te zeggen en ze uit elkaar te halen. Hillary Clinton indachtig, “it takes a village”, nietwaar… Het hele dorp moet zorg dragen voor de opvoeding van de nieuwe generatie en ik hoor bij de opvoeders.

“Houden jullie eens op met ruzie maken! Uit elkaar, en ga maar naar huis, als jullie niet lief kunnen spelen.”
Verbaasd keken 2 paar kinderogen naar me op.
“We doen toch niks?” zei het jochie.
“We spelen vadertje en moedertje”, zei het meiske.
Ik stond met m’n bek vol tanden. Zo gaat dat dus in die gezinnen. “Nou, ik vind het niet goed”, stamelde ik, “speel maar wat anders”.
Moet ik mijn collegaatje erop aanspreken? Ik weet het niet.

maandag, 17 september, 2007

Glasbak

Ingedeeld onder: Buren, Eten & Drinken, Ontmoetingen, Verlegenheid — Wilma Blok @ 15:02

Het blijft een gênant tochtje. De gang naar de glasbak… Allereerst de bepaling van wanneer je precies gaat. Ga je elke dag, dan hoor je de roddeltantes in de buurt al praten.
“Die gaat elke dag naar de glasbak, elke dag lege flessen… die is zwaar aan de zuip hoor!”
Ga je elke week heb je hele volle tassen en hoor je ze in gedachten ook:
“Ach ja, wat wil je ook, zo’n vrouwtje alleen…. het licht is er ook altijd tot diep in de nacht op”.
“Ja, als wij thuiskomen van iets dan is de hele straat donker behalve bij haar”
“Dan zit ze zeker in d’r eentje te zuipen”
“Als je alleen bent dan doe je dat natuurlijk. Ik zie ook nooit iemand daar… nooit eens een vriendje of zo”
“ ’t Is ook wel zielig natuurlijk. Ik heb gehoord dat d’r man is overleden enzo…”

Dus ik spaar de flessen op en ga onregelmatig de flessen wegbrengen. De ene keer voor het weekend, de andere keer na het weekend. Wat voor de rest van het leven zo belangrijk is, te weten “regelmaat”, is voor de gang naar de glasbak niet echt sociaal wenselijk.
Laatst had ik weer een tasje vol op het terras staan en ik besloot het weg te brengen. Bij de glasbak zag ik Mo al staan. Mohammed heet hij voluit en hij woont twee huizen verderop. Het is een Marokkaan, maar dat merk je aan niks. Hij heeft een blonde Nederlandse vrouw en er schalt altijd iets van top40 muziek uit het huis.
“Ha, buurman… alwéér een feestje gehad?”, grapte ik.
“Nee hoor buurvrouw, wij zuipen altijd zoveel… Jij hebt wel weer een feestje gehad?”, vroeg hij.
“Ja, ik heb een feestje gehad…”, loog ik, “maar eh… moslims mogen toch helemaal niet drinken?”, plaagde ik.
“Christenen mogen toch helemaal niet liegen?”, zei hij.
Ik was heel eventjes verbouwereerd. Toen schoot ik in de lach. En hij ook.
“Komen jullie eens een keer borrel bij me halen?”, vroeg ik.
Ze komen volgende week bij me langs. Ik heb de drank al in huis en de volgende gênante gang naar de glasbak dus ook.

zondag, 16 september, 2007

Tijgerprint

Ingedeeld onder: Ontmoetingen, Verlegenheid — Wilma Blok @ 16:05

Op een van die spaarzame mooie dagen van dit jaar besloot ik eens een dagje naar het strand te gaan. Boekje mee, een fles water en wat perziken. Ik hou helemaal niet zo van het strand en van zonnen, maar het was me gewoon te warm op het terras thuis en ik bedacht me dat het op het strand wellicht wat koeler zou zijn.

Op het strand gekomen had ik me geïnstalleerd onder het duin, ver van de strandtenten, daar waar het nog een beetje rustig was. Na een uurtje kwam er een gezinnetje op 20 meter van me zitten. Het ging met nogal wat lawaai zodat ik me niet op m’n boek kon concentreren, dus ik bekeek het tafereel een beetje.

De man had een gebruind lichaam met een bierbuik, witte benen en wat slordig geplaatste tattoeages her en der. Zij was helblond (tien tegen één gebleekt) en had een bikini aan, maar ze was eigenlijk al jaren de bikini-leeftijd voorbij. Iets teveel vetrollen en de 3 zwangerschappen die te enthousiast in het zand speelden hadden hadden ook huisgehouden in haar lichaam.

Ik deed net of ik nog steeds m’n boek las. Ik had immers een donkere zonnebril op en waande mijn bespieden onbespied. Dat bleek niet het geval. Ik had de zon in m’n gezicht en mijn ogen waren blijkbaar zichtbaar voor de buitenwereld, want na een minuut of 10 staren zei die vrouw opeens:
“Heb ik wat van je an soms?”
“Eh nee. Ik zat te kijken naar dat badlaken” (met een kop als een boei waarschijnlijk.)
“Wat is daar mee?”
“Tijgerprint. Waar háál je zoiets nou? En is het ook in poema-print?”

Ze keek me aan alsof ik knettergek was.

donderdag, 13 september, 2007

Kassa

Ingedeeld onder: Etiquette, Verlegenheid, Winkelen — Wilma Blok @ 14:34

Er staat een neger bij de kassa. Hij heeft 5 pakken meel 3 bussen zonnebloemolie en een kratje bier af te rekenen. Zonder dat ik hem ken weet ik dat hij één of ander ingewikkeld Afrikaans brood gaat bakken. Het is ‘n mooi manneke hoor. Hij betaalt met een briefje van 20 euro en geeft z’n bonuspasje. Dat had hij vooraf moeten doen, maar Sabine van de kassa had vergeten hem ernaar te vragen. Dan blijkt dat hij de taal niet geheel machtig is. Onderwijl geeft ze hem zijn wisselgeld. Omslachtig legt ze dan uit dat hij de bonuspunten bij de servicebalie moet halen. De man kijkt naar de bon. Hij kijkt dan naar zijn wisselgeld. Het klopt niet. In gebrekkig Nederlands probeert hij duidelijk te maken dat ze te weinig heeft teruggegeven. Die bonuspunten interesseren hem geen bal. Maar Sabine legt weer uit dat hij bij de servicebalie moet zijn. Ze is zo bezig met correct te zijn, terwijl je haar ziet denken: “domme neger, die amper Nederlands praat, heb ik weer!”

“Ai geef twenty euro”, zegt hij nogmaals
Eindelijk dringt het tot Sabine door dat ze verkeerd zat met het wisselgeld. Ze krijgt een vuurrode kop.
“O sorry… ik dacht het om de punten ging”
De mevrouw voor me in de rij bemoeit zich er mee.
“Ja, ik heb het gezien, hij gaf 20.”
“Ja sorry”, zegt Sabine, “ik was zo met die punten bezig”
Ik bemoei me er ook maar mee. Je moet toch wat.
“Ach ja, eenmaal met één ding in de war blijf je war. Adem diep in… Rustig maar”
Sabine lacht. “Ja stom ook”.

Even later heb ik ook afgerekend en loop met m’n tasje de winkel uit. Voor me loopt de neger zomaar de servicebalie voorbij. Met voldoende wisselgeld maar hij vergeet z’n bonuspunten.

« Vorige Pagina

Blog op Wordpress.com.